Van jongensdroom naar de overtoom

Als tiener had ik al vroeg de zeilerskoorts te pakken. Wij hadden eerst een rubberboot, een blauw gevaarte. Zwaar, altijd bijpompen en vaak klotste het grachtenwater over de nogal lage boorden. Maar ik had al in de gaten dat zeilen spannend en leuk was. Met behulp van bezemstelen en touw werd er een gordijn als zeil gehesen in de boot. Dat ging niet zo goed, maar gaf wel meersmaak.

Ik spaarde al tijden zakgeld en had een goed verdienend krantenwijkje en meerdere zomerbaantjes. Na hard zwoegen in de kassen, op de bollenvelden en in het boerenweiland had ik genoeg verdiend om een eigen bootje aan te schaffen. Mijn keuze was gevallen op een houten jeugdbootje, een Nederlands gebouwde Flits. Door allerlei gebeurtenissen kwam de Flits nooit in mijn bezit. Maar ik had een schoolvriend wiens familie een Vrijheid aan de Kaag had liggen. Ging dus mee zeilen in een echte zeilboot. Dat was spannend, toch wel een beetje eng bij de eerste harde wind. Maar ik vond het prachtig.

Later ging ik met een andere kameraad zeilen in een snellere, lichtere boot, van de klasse Stern, die ook bij de Kaag lag. Dat ging wat minder goed. We sloegen om en verloren ons roerblad. Dat bleef dus hozen en terug roeien. Wel leerde ik snel de zeilen aanslaan en bijzetten. En het mooiste was dat ik zeilen nog steeds leuk vond.

Toen ik rond de twintig was waren er veel andere activiteiten die de aandacht vergden. Een gure herfstdag zou ik een dagje gaan zeilen, ja, je raad het al, op de Kaag, met een vriendin. Het was al herfst en de zwemvesten, opblaasbare drijfkussens en nog wat onnodige details waren al in de winterberging belandt. Het waaide best wel hard en de wind was zeer nukkig. Maar wat zou dat, we gingen toch het water op. Het was niet druk, wat te begrijpen was. Het ging een tijdje goed, natuurlijk lang genoeg om midden op de plas te belanden. Toen kwam er een hevige rukwind. We waren bereid en lieten de schoot uitlopen. Maar toen viel de wind uit de zeilen en wij zaten allebei op de reling. De boot raakte vol water en werd te zwaar om met behulp van de zelflozers leeg te varen. We gingen overboord. Het water was ijskoud. Onze regenkleding vulde zich met lucht en hield ons drijvend. Maar wat zouden we doen? Bij de boot blijven, hadden we geleerd. Er was geen hulp in zicht. We probeerden het zeil neer te halen en de boot leeg te hozen, maar zonder resultaat. De boorden dreven onder water. Na minstens twintig minuten in het koude water zagen we een kielboot naderen, die op de motor voer. We zwaaiden en riepen om hulp. Ja, de schipper zag ons. En kwam ons te hulp. Eenzaam in deze kielboot, zat een jongeman die ons uit het water viste. We hadden zelf geen krachten om aan boord te klauteren, dus hij moest ons letterlijk ophijsen. Toen we besproken hoe we de boot naar de wal zouden slepen besloot mijn vriendin dat ze terug moest in het koude water. Zij was een veel betere zwemmer dan ik was, dus zo werd er besloten wat we zouden doen. Zij zou de boot met de mast in de vertikale stand houden door aan de spiegel te hangen, terwijl ik haar in de gaten zou houden vanaf de reddingsboot. Dat was eigenlijk een heel slecht idee. Maar ja, gaan zeilen zonder zwemvesten en drijfkussens was ook niet zo slim. Heel dom. Ik zie me nog ongerust staren naar haar beide handen die over de houten spiegel van de jol hingen, terwijl ik klappertande van de kou. We kwamen na een tijdje aan wal en konden in het vakantiehuisje van mijn vriendins familie na veel moeite met kleren en al onder de douche. Zeer koud. Ijskoud. Maar we waren gered. Ik moet er niet aan denken wat er was gebeurd als niet onze redder ons had gezien. Wel een les om nooit te vergeten. En ik vond zeilen nog steeds fantastisch.

De jaren daarna vertoefde ik in de USA, ver van de zee en bevaarbaar water. Tijdens die periode vergat ik bijna hoe fijn het was om op het water te zitten. Een korte cursus marinbiologie in Florida gaf weer meersmaak. Kanovaren en met de motorboot erop uit. Maar ja, daarna weer terug naar de bergen en bossen om daar va te genieten.

Na vele jaren gaan mijn kinderen bij de zeeverkenners en er is een gebrek aan leiders bij de padvinderij. Ik ga een paar keer mee en het zeilen bevalt uitstekend. Na een zomerkamp aan het water krijgen we een klein kieljachtje aangeboden, dat hard een opknapbeurt nodig heeft. Met de hulp van de kids wordt het scheepje vaarklaar gemaakt. We noemen haar DHARMA en kunnen bij de zeilvereniging in Växjö aanmeren. Nu kunnen we zeilen zoveel we willen. Dharma is een Marieholm Seacat van 21 voet.

.

.

.

.

De Flits is een klein jeugdboot die nog steeds vaart

Hier de Vrijheid aan de Kaagerplassen. Zoek de vrijheid op het water

Genieten op zee van weer en wind. Naar de overtoom!

Samen met de zeeverkenners van Moheda NSF zit de vaart er goed in en hebben we heel veel zeilplezier

De boot die we van de scouting kregen en omtoverden naar een fijne zeilboot, ons Dharma.

Dharma, opgeknapt en een kanariegele Marieholm Seacat 16 op het binnenmeer Helgasjön